 |
Social notworking
Het kost u ongeveer 6 minuten om mijn bijdrage in deze nieuwsbrief te lezen (en wellicht 30 seconden om de inhoud ervan volledig te vergeten), en dankzij het levende telraam van de Australische internetgoeroe Gary P. Hayes kan ik u melden dat binnen deze luttele tijd wereldwijd 3.429 nieuwe leden zich op Facebook hebben aangemeld, 380.470 tweets via Twitter werden verstuurd, 9.135.358 YouTube videos werden bekeken, 281 iPads werden verkocht en voor 31.420 euro aan digitale wenskaarten werd besteed …
Het blijft indrukwekkend te zien hoe we op zeer korte tijd massaal voor sociale netwerken op het wereldwijde web zijn gevallen. Sociale netwerken zijn sinds een klein jaar niet meer het exclusieve territorium van 40-minners; sinds eind 2010 zijn er in België meer 40-plussers op sociale netwerken actief dan jongeren en jongvolwassenen. Natuurlijk zijn er meer 40-plussers in onze bevolking en maken 40-minners vaker en avontuurlijker gebruik van Facebook, Netlog of Twitter, maar het glazen leeftijdsplafond in de nieuwe sociale media behoort nu definitief tot het verleden.
Het belang van ‘social networking’ is onmiskenbaar. Sociale netwerken inspireren, sensibiliseren en mobiliseren, maar staan niet op zich. Ideaal worden sociale media ingezet om aanleiding te geven tot een authentieke, analoge, duurzame en puurzame ervaring: ‘social notworking’. Er zijn heel wat tekenen die wijzen op de komst van een nieuw Verlicht Tijdperk, waarin jong en oud zich steeds meer realiseren dat opwindende dingen niet online gebeuren, maar juist offline, in de magie van de analoge ontmoeting met vrienden én onbekenden. Niet ondanks, maar juist dankzij de digitale sociale rasters krijgt het levende en het levendige van het tastbare samenzijn meer waarde, meer intensiteit. Als je te veel en te lang in een hotspot vertoeft, dan snak je naar de koelte van een coldspot ...
Ook de horecasector heeft met grote belangstelling de ontwikkelingen rond het sociale web gevolgd, wat geresulteerd heeft in een nieuw bedrijfsmodel, waarin zowel social networking als social notworking een prominente rol spelen. Een succesvol voorbeeld is dat van de Antwerpse horeca-(w)ondernemer Kasper Stuart, die goed begrepen heeft dat voor een succesvol restaurant niet alleen een heerlijke keuken, een verlokkelijk interieur, een correcte prijsstelling, innemend personeel, een onberispelijke bediening en een strenge kwaliteitsbewaking nodig zijn, maar dat je ook moet investeren in de WOW-factor: Word Of Web. Voor de eerste maal heeft Kasper Stuart geen traditionele reclamekanalen gebruikt om zijn nieuwe restaurant Josephine’s te promoten, maar heeft hij vooral ingezet op het aanstekelijke temperament van digitale netwerken. Het gevolg liet niet op zich wachten: al na enkele weken hing met grote regelmaat het seinbordje ‘vol’ aan de voordeur te bengelen. Ongezien. Josephine’s beheert meesterlijk de spanning tussen offline en online: de sociale netwerken zorgen voor nieuwe klanten, maar eenmaal binnen de vier muren vraagt het vintage interieur om je volledig over te geven aan de hartelijke, levendige en lekkere gezelligheid, waarin bits & bytes geen rol van betekenis meer spelen. En wanneer aan het einde van de avond de rekening komt, word je subtiel verzocht je ervaring – zelfs een minder goede – op de sociale rasters van het internet te gooien.
De hier geschetste log off-trend is voor een trendwatcher niet zo verwonderlijk. De eerste wet in de natuur is ook de eerste wet in de psychologie, de sociologie en de economie: wat schaars dreigt te worden, krijgt aandacht (waarde) en vraagt om compensatie. Daarom proppen we onze huizen vandaag vol met elektronica – naar schatting bevinden er zich in een gemiddeld Belgisch huis 150 elektronische chips – en groeit tegelijk de belangstelling voor druipkaarsen, behangpapier, eetcafés, bed-and-breakfast, belevingsbonnen, kookboeken, brocante, buurtfeesten, straattheater en gitaarles. Overdruk vraagt altijd om tegendruk, te veel is nu eenmaal trop …
Herman Konings
trendwatcher
|
 |
Het Hypothecair Woonkrediet
Met Batibouw achter de rug lijkt het mij het juiste ogenblik om eens dieper in te gaan op het woonkrediet in België. Deze kredietvorm wordt in België geregeld door de Wet op de Hypothecaire Kredieten van 1992 en zijn correcties van 1998. Zonder te overdrijven, ben ik ervan overtuigd dat wij in België de beste wetgeving ter wereld hebben. Ik kan mij niet voorstellen waar elders klanten beter beschermd zijn. De banken zijn natuurlijk iets minder enthousiast over deze wetgeving, maar daar heb ik weinig medeleven mee. Zij hadden het vroeger maar minder bont moeten maken! Zo goed als klanten beschermd zijn op het vlak van woonkredieten, zo ontbreekt in dezelfde mate elke wetgeving op het vlak van investeringskredieten. Dit heeft soms tot gevolg dat wanneer een zelfstandige een onroerende aankoop doet waarvan een gedeelte privé is en een gedeeltelijk zakelijk, hij of zij dan geconfronteerd wordt met totaal verschillende kredietdelen. Ik wil niet pessimistisch zijn over investeringskredieten, want het is niet overal even erg, maar ik ben overtuigd dat de meesten niet beseffen wat zij getekend hebben!
De hoger vermelde wetgeving had tot doel om in eerste instantie het aanbod van de diverse banken te harmoniseren en vergelijkbaar te maken. Hierdoor kan de consument in essentie op zijn 2 oren slapen. Dit wil echter niet zeggen dat er toch nog met een aantal zaken best rekening gehouden wordt.
De duurtijd van het krediet: Veel mensen schrikt lenen op lange termijn nog steeds af, "want het wordt dan allemaal zo duur." Bij de bepaling van de duurtijd speelt ook de fiscaliteit een belangrijke rol. Men moet beseffen dat wanneer men leent voor de enige eigen woning, dat men nooit meer zo goedkoop geld zal vinden, en dat de fiscale voordelen met de tijd alleen maar interessanter worden.
De hoogte van het krediet: Hier is mijn advies in elk geval niet te weinig, of zeker niet te juist, te lenen. Zeker nieuwbouwprojecten riskeren dan al eens duurder uit te vallen, en als dan de reserves te beperkt zijn, kan dat tot grote problemen leiden. Het is dan beter "iets te veel te lenen", en dit eventueel te compenseren door iets langer te lenen om op deze wijze de maandelijkse lasten niet te hoog te laten oplopen.
De hoogte van de hypothecaire inschrijving: Een woning in waarborg geven via een hypotheek kost geld, en daarom bieden banken hun goede klanten soms de mogelijkheid om een gedeelte van het krediet te beschermen met een mandaat. De bank heeft dan het recht, wanneer zij denkt dat het nodig is, om een bijkomende hypotheek te nemen. De rekening wordt dan natuurlijk naar de klant gestuurd. Men moet echter beseffen dat voor kleinere kredieten de besparingen minimaal zijn, en dat een beperkte hypotheek ook een beperking van de fiscale voordelen kan betekenen.
Het type rentevoet: ik stel vast dat de meeste klanten geen uitleg krijgen van hun bankier over de gevaren (of het ontbreken van gevaren) van bepaalde soorten rentevoeten. En dan kiezen de meesten al snel voor een vaste rentevoet. Als consument dient men echter te beseffen dat een bank geen sociale instelling is, en dat zij de zekerheden die zij biedt doorrekent. Daarenboven is vandaag de periode met gunstige vaste rentevoeten al weer een tijdje "verleden tijd". Het doel van deze keuze moet tot doel hebben om de laagste gemiddelde rentevoet te vinden, gekoppeld aan de nodige zekerheid. Om deze reden vind ik vandaag een jaarlijks variabele rentevoet dan ook geen optie. Een ander punt is ook dat 20, 25 en 30 jaar langs de ene kant zeer lang is en dat er ondertussen veel kan gebeuren. Indien men een krediet met een vaste rentevoet wil aanpassen, dan betaalt men steeds wederbeleggingsvergoedingen, ook voor de minste aanpassing. Bij kredieten met variabele rentevoeten is dat niet altijd het geval. Een variabele rentevoet verhoogt dus ook de soepelheid van het krediet ... wat ook geld waard is!
De Aanvullende verzekeringen: Vooral de grootbanken verbinden kortingen aan het afsluiten van een overlijdensverzekering. Ik stel vast dat veel consumenten al dermate blij zijn met de toekenning van het krediet dat zij daarna eender wat tekenen en dat zij dus totaal niet kritisch zijn over de aangeboden verzekeringen. Ik kan alleen maar vaststellen dat enkele grote namen overlijdensverzekeringen aanbieden waarvan de premies tot 50% hoger zijn dan het beste aanbod op de markt. Even rekenen is dus de boodschap! Ook de brandverzekering wordt vaak verplicht gemaakt. Het is natuurlijk een evidentie dat men zijn woning verzekert, maar ook hier kunnen de voorwaarden aardig verschillen. Ik betaal liever iets meer voor mijn krediet in de wetenschap dat ik dan mijn woning beter kan verzekeren, want als ik ooit een belangrijk schadegeval zou hebben (en dat is de reden waarom men zich verzekert) dan is die gemiste korting op dat krediet soms al snel gerecupereerd. Het is een eigenschap van gebonden organisaties (zoals bankagenten ten opzichte van hun werkgever) om misbruik te maken van hun positie om een totaalpakket te bieden dat niet competitief is. Dit is de realiteit. Mijn boodschap is dus ook om hier de nodige tijd te steken in vergelijken, en dan kan vastgesteld worden, dat kleine renteverschillen niet noodzakelijk voordelig zijn.
Peter Wolters
onafhankelijk financieel adviseur
|
 |
PERSARTIKEL
4% rendement bij verhuur vastgoed?
Als de beurs verzwakt, wordt de vastgoedmarkt sterker. Als alles goed gaat, mag de belegger een rendement van 4 procent verwachten voor het verhuren van zijn woning.
Lees meer.
|
|
|