Error showing flash-object.
NL |  FR |  ENG
De paasklokken brengen u een kleurrijk rendement!
Herman Konings

Generatieblindheid

Nog niet zo lang geleden las ik in een krant een open brief van een oudere veertiger, die zich vertwijfeld afvraagt hoe het in godsnaam mogelijk is dat veertigers en vijftigers nog in leven zijn :“... onze bedden en speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium. Boven aan de trap was geen hekje, wie te ver ging kukelde naar beneden. Als je wakker werd in je bedje, hoorde niemand dat. Flessen met gevaarlijke stoffen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen. Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en je probeerde je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je. Water dronken we uit de kraan, niet uit een fles. Kleur- en smaakstoffen moeten toen ook al bestaan hebben, want zo groen, geel en rood als die limonade toen was, zie ik nu echt niet meer. Een kauwgom legde je ’s avonds op het nachtkastje en stak je ’s morgens weer in je mond. Schoenen waren meestal al ingedragen door broer, zus, neef of zo, en ook je fiets was of te groot of te klein. Het bos of park was een plek om te spelen en geen vieze mannetjesverzamelplaats. We aten ook al koekjes en kregen brood met veel echte boter en werden toch niet dik. We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen en hier werd niemand voor naar de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een pak slaag voor. Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf : met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg dat we de rem vergeten waren. Als je problemen veroorzaakt had waren je ouders het eens met de politie ... Onze generatie heeft veel mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daarbij risico durven nemen en instaan voor de gevolgen!”

De verwondering van de briefschrijver is een mooi staaltje van nostalgische kritiek: de babyboomers zijn verbaasd, zoniet teleurgesteld door wat omschreven kan worden als een nagenoeg hysterische dwang om alles en iedereen af te schermen van gevaar dat in statistisch opzicht niet relevant is. Ik begrijp de reactie van de pennenridder wel, omdat beschermingsdrift doorgaans niet tot minder, maar juist tot meer angst, onzekerheid en stress leidt. En toch is de verzuchting van de veertiger niet vrij van hypocrisie en generatieblindheid : de vervloekte, beschermzuchtige jonge ouders van vandaag zijn de kinderen van de babyboomers, die toch in grote mate verantwoordelijk mogen gesteld worden voor de opvoeding – de gedragssturing – van hun kinderen?

Herman Konings
trendwatcher


Peter Wolters

 

Leningen en Successie

  Vastgoed hebben heeft vele fiscale consequenties: belasting op de inkomsten, gemeentelijke taksen, ... en zeker niet verwaarloosbaar: successierechten. Stel u hebt uw hele leven hard gewerkt en goed gespaard. In mate van het mogelijke heeft u een zeker patrimonium opgebouwd. Wat gebeurt er dan bij uw overlijden, en wat blijft er voor uw kinderen over? Een belangrijke vraag!

 

In eerste instantie moet u kijken wat de basis vormt voor de berekening van de successierechten. In Vlaanderen hebben wij het geluk dat roerend en onroerend gescheiden belast wordt. Wij hebben dus het voordeel dat er "2 potjes" zijn, en dat telkens de teller op nul geplaatst wordt. Dit in tegenstelling tot Brussel en Wallonië waar nog steeds alles op "1 hoop gegooid wordt". Het duurt dus in Vlaanderen wat langer voordat men de hogere schijven bereikt, of anders geformuleerd, er is meer dat in lagere schijven belast wordt. Het openstaan van leningen heeft in dit kader al interessante bijverschijnselen.
 
De successieberekening gebeurt op basis van de waarde van het actief, met andere woorden na aftrek van de schulden. In vele gevallen vormt vastgoed het belangrijkste vermogensbestanddeel van de successie, dus is er al een onevenwicht tussen roerend en onroerend. Indien men geen schulden zou hebben zou dit onevenwicht nog groter zijn, want het geld dat geleend werd, en dus niet in vastgoed geïnvesteerd werd, vormt een deel van het roerend bestanddeel. In eerste instantie geeft dit al als voordeel dat men maximaal profiteert van de lagere belastingschijven.
 
Maar er kan meer zijn: hypothecaire schulden kunnen een nog belangrijker element van successieplanning vormen. In dit kader denk men snel aan een schenking. Men kan vastgoed schenken, maar dit is sowieso niet kosteloos, want men moet voorbij de notaris passeren. De toepasselijke schenkingsrechten zijn daarbij gelijk aan de oude successierechten. Om wat te verdienen moest men dus de schenking in stukjes kappen en om de 3 jaar een deeltje schenken. In tussentijds mocht er dan ook niets gebeuren, want anders was alles voor niets geweest. Omslachtig en ook niet goedkoop!
 
Iemand die echter een vastgoed koopt met een krediet (in plaats van met beschikbare eigen middelen), zou kunnen overwegen om de tegenwaarde van het krediet aan zijn kinderen te schenken via een handgift of bankgift (vroeger of later). Dit is natuurlijk een stuk eenvoudiger is. Op deze wijze hebben de kinderen dan het geld om eventueel de schuld mee af te betalen indien zij deze zouden erven. Die schenking kan eventueel gratis zijn (of met beperkte kosten indien tijdig geregistreerd), maar in elk geval een stuk goedkoper dan de 27% waarmee vastgoed belast wordt (in de hoogste schijf, zelfs in rechte lijn). De voordelen van dit krediet kunnen in Vlaanderen dus oplopen tot 27% (indien de rechten op de schenking kunnen vermeden worden). Niet te verwaarlozen, en ondertussen behoudt men ook nog eens 100% controle over zijn vastgoed, want er zijn geen mede-eigenaars in het spel.

Peter Wolters
onafhankelijk financieel adviseur


 

Persartikel